Welke lessen uit vandaag bepalen het techniekonderwijs van morgen?

Van terugkijken naar vooruitdenken: tijdens de gezamenlijke bijeenkomst van de stuurgroep en programmalijnleiders van STO GOAL in juni stond één vraag centraal. Welke keuzes zijn nodig om techniekonderwijs ook in 2030 sterk, actueel en toekomstbestendig te houden?

De afgelopen jaren is in de regio veel opgebouwd. Nieuwe lesprogramma’s zijn ontwikkeld, bedrijven zijn intensiever betrokken geraakt, docenten hebben zich verder geprofessionaliseerd en steeds meer leerlingen maken kennis met techniek en technologie. Minstens zo belangrijk is de vraag die daarna volgt: hoe zorgen we ervoor dat deze ontwikkelingen duurzaam worden verankerd in het onderwijs en onderdeel blijven van de dagelijkse praktijk?

Om daar antwoord op te geven, werd eerst kritisch teruggekeken op het afgelopen jaar.

Leren van wat werkt

Uit de voortgangsrapportage blijkt dat het merendeel van de geplande mijlpalen volgens planning verloopt. Van de 51 mijlpalen zijn er 35 afgerond of op schema. Veertien vragen extra aandacht en slechts twee lopen duidelijk achter. Daarmee laat STO GOAL zien dat de ingezette koers resultaat oplevert.

De opbrengsten verschillen per programmalijn, maar laten samen een duidelijke ontwikkeling zien.

Binnen De basis blijft op orde zijn kwaliteitschecklists en procedures ontwikkeld om technieklokalen, materialen en werkwijzen blijvend op niveau te houden. Tegelijkertijd werd geconcludeerd dat het bedrijfsleven nog structureler kan worden betrokken bij het actueel houden van het onderwijs.

Bij De doorlopende leerlijnen verschoof de aandacht naar het onderwijsaanbod Vmbo. Waar aanvankelijk de nadruk lag op de aansluiting tussen vmbo en mbo, bleek dat eerst de kwaliteit binnen het vmbo zelf verder versterkt moet worden. Pas wanneer leerlingen een bewuste keuze kunnen maken voor techniek, ontstaat een sterke doorlopende leerlijn naar het mbo. Alle Vmbo-techniekscholen hebben doorlopende leerlijnen met het MBO gerealiseerd.

Ook de hotspots en ontdekspots blijven zich ontwikkelen. De locaties van de hotspots zijn inmiddels een vaste waarde binnen het onderwijsprogramma van de Vmbo-techniekscholen. De volgende stap ligt in verdere samenwerking tussen scholen, heldere evaluaties en een duidelijker aanbod van ontdekspots voor techniekverwante scholen.

Bij professionalisering is veel bereikt. Docentstages zijn uitgebreid naar meerdere profielen, instrumenten zoals competentierubrics en een beursagenda zijn ontwikkeld en kennis wordt steeds vaker bovenregionaal gedeeld. Tegelijkertijd werd duidelijk dat techniekverwante scholen nog beter aangesloten kunnen worden bij dit aanbod.

Ook in het primair onderwijs zijn belangrijke stappen gezet. Dankzij een reserveringssysteem, leskisten, instructievideo’s en het principe teach the teacher groeit techniekonderwijs uit tot een aanpak die scholen steeds zelfstandiger kunnen inzetten.

De ontwikkeling beperkt zich niet tot de techniekscholen. Ook techniekverwante scholen geven techniek en technologie een steeds prominentere plek in hun onderwijs. Dat gebeurt onder meer door een sterkere verbinding met loopbaanoriëntatie, de inzet van het Praktijkgerichte Programma en toepassingen binnen profielen als Zorg & Welzijn, Dienstverlening & Producten (D&P) en het groene onderwijs.Een opvallende ontwikkeling is zichtbaar binnen digitale vaardigheden. Waar programmeren en computational thinking de afgelopen jaren centraal stonden, verschuift de aandacht steeds meer naar kunstmatige intelligentie. Inmiddels werken zeven scholen samen in een pilot rond Computational Thinking, waarmee leerlingen worden voorbereid op de digitale vaardigheden van de toekomst

De blik op 2030

Na de terugblik verschoof de aandacht naar de toekomst.

In de gesprekken ontstond een gedeeld toekomstbeeld. Een regio waarin scholen steeds meer als netwerk samenwerken, kennis en innovaties sneller met elkaar delen en gezamenlijke afspraken het eenvoudiger maken om activiteiten uit te voeren. Daarbij hoort ook een sterkere bestuurlijke verankering, zodat techniekonderwijs niet afhankelijk is van individuele kartrekkers, maar een vanzelfsprekend onderdeel wordt van het onderwijsbeleid.

Ook de inhoud van het onderwijs blijft zich ontwikkelen. Programmeren vormt daarbij een belangrijke basis, terwijl kunstmatige intelligentie, digitale geletterdheid en denkvaardigheden een steeds grotere rol krijgen. Binnen STO GOAL ligt de focus vooral op de toepassing van deze nieuwe vaardigheden binnen techniek en technologie, zodat leerlingen leren hoe innovaties in de praktijk worden ingezet.

De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven krijgt eveneens een volgende stap. Vanuit duurzame partnerships waarin scholen en bedrijven samen blijven werken aan actueel onderwijs en betekenisvolle praktijkervaringen voor leerlingen.

Voor de hotspots en ontdekspots ligt de ambitie onder meer bij een gezamenlijke aanpak tussen scholen, een eenduidig aanmeldsysteem en een doorlopende leerlijn, zodat iedere leerling tijdens zijn schoolloopbaan meerdere praktijkgerichte leerervaringen opdoet.

Ook op het gebied van professionalisering werd vooruitgekeken. Docentstages, gezamenlijke kennisdeling en een regionale beurs- en activiteitenkalender moeten voor alle scholen toegankelijk zijn. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor techniekverwante scholen, zodat ook zij nog beter kunnen aansluiten bij het professionaliseringsaanbod en de meerwaarde van deelname aan STO GOAL ervaren. Verankering moet ook geborgd zijn via functioneringsgesprekken.

Tot slot werd benadrukt dat techniek een vaste plek verdient op de agenda van scholen en schoolleiders. Zo groeit techniekonderwijs uit tot een integraal onderdeel van toekomstgericht onderwijs.

De volgende stap

Tijdens de gesprekken bleek dat de grootste lessen niet alleen over activiteiten gaan, maar juist over samenwerking.

Blijvende betrokkenheid van alle scholen, persoonlijk contact, duidelijke afspraken en inspirerend leiderschap blijken bepalend voor het succes van STO GOAL. Ook werd opnieuw onderstreept hoe belangrijk zichtbaarheid is. Door resultaten te delen ontstaat niet alleen draagvlak, maar ook trots bij scholen, bedrijven en andere partners.

Daarnaast vraagt de volgende fase om een nog sterkere samenwerking met het bedrijfsleven, een verdere kwaliteitsimpuls van het onderwijs en een grotere rol voor techniek en technologie, ook buiten de traditionele techniekprofielen.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws.

Lees over de laatste STO-ontwikkelingen per regio. En bekijk alle STO-regio’s op de landkaart.

Hoe is de organisatie van STO-GOAL geregeld? Wie zijn erbij betrokken? Lees hier over de organisatie.